Ontwikkeling van gedrag bij honden

Ervaringen tijdens het vroege leven van honden kunnen invloed hebben op het gedrag van de hond tijdens het latere leven. Er wordt vaak gezegd dat waar de hond vandaan geadopteerd wordt dat dat invloed heeft op de ontwikkeling van (probleemgedrag). Dat klopt, honden die gekocht zijn in een dierenwinkel die komen van de broodfok of als rescue uit het buitenland komen laten meer agressie en angstgedrag zien. In deze blogpost gaan we kijken naar hoe gedrag zich ontwikkeld en hoe probleemgedrag en abnormaal gedrag vormen.

Ontwikkelingsfases

Het verschil in gedrag van geïmporteerde honden en niet-geïmporteerde honden wordt gedacht te worden gevormd tijdens het vroege leven. De ontwikkeling van gedrag is op te delen in verschillende fases: prenataal (alles wat er in de buik gebeurt), neonataal, transitie en socialisatie. Tijdens deze fasen ontwikkelen verschillende delen van het uiteindelijke gedrag als volwassen hond.

Prenataal

De prenatale fase begint op het punt van conceptie en eindigt bij de geboorte, gemiddeld zo’n 63 dagen. Tijdens deze fase wordt de ontwikkeling van het gedragsprofiel beïnvloed door verschillende factoren. Het gedrag is dus niet al genetisch bepaald op het moment van bevruchting. Dit zorgt ervoor dat de pups zo goed mogelijk voorbereid zijn op de omgeving waarin ze geboren worden. Tijdens de zwangerschap hebben stressoren zoals hitte, kou, honger en sociale stress invloed op de hormoon huishouding van de moeder. Als zij stress ervaart zorgt dit ervoor dat bij de pups meer receptoren (ontvangers) worden aangemaakt in de amygdala, een gebied in de hersenen o.a. verantwoordelijk voor de regulatie van angst, voor stresshormonen. De pups zijn hierdoor aangepast aan een stressvolle omgeving en kunnen hier snel op reageren. Wanneer deze honden in een omgeving komen waar deze snelle reactie op stressors niet gewenst is kan hun gedrag worden gezien als probleemgedrag. Ze reageren namelijk sneller op een prikkel en worden daardoor als agressiever of angstiger ervaren.

Neonataal

De neonatale fase begint na de geboorte en eindigt tot ongeveer dag 13 wanneer de pups de ogen openen. Ze kunnen nog niet zien en horen tijdens deze fase en zijn dus volledig afhankelijk van hun moeder. De kwaliteit van de moederzorg heeft invloed tijdens deze fase op de stressgevoeligheid van de pups. Hoe betere moederzorg ze krijgen hoe minder stressgevoelig de pups zijn als volwassen honden. De kwaliteit van de moederzorg wordt van moeder op dochter door gegeven. Dus teefjes met een zeer zorgzame moeder worden later in principe ook zorgzame moeders. Er wordt gedacht dat dit beïnvloed kan worden tijdens de zwangerschap en dat een stressvolle zwangerschap ervoor kan zorgen dat de een moeder met een hele zorgzame moeder zelf een niet zo zorgzame moeder wordt.

Buitenlandse honden zullen hierdoor vaker stressgevoeliger zijn doordat veel van de moeders veel stress hebben ervaren tijdens de zwangerschap.

Transitie

De transitie fase begint als de ogen zijn geopend en duurt tot dag 19 wanneer de oor-kanalen openen. Tijdens deze fase beginnen ze met hun omgeving ontdekken en imprinten ze op hun moeder. Ook tijdens deze fase zijn de pups volledig afhankelijk van hun moeder. Ook tijdens deze fase is de kwaliteit van de moederzorg bepalend voor de stressgevoeligheid later in hun leven. Wat ook invloed heeft op het gedrag als volwassene is de blootstelling aan milde stressoren, bijvoorbeeld het oppakken van de pups voor een korte tijd, tijdens de eerste 3 weken. De pups die regelmatig worden opgepakt worden als emotioneel stabieler gezien.

Buitenlandse honden zullen hierdoor emotioneel instabieler zijn doordat ze vaak op straat worden geboren en pas na een aantal weken naar een asiel gaan of pas op latere leeftijd door mensen worden verzorgd.

Socialisatie

De socialisatie kan worden verdeeld in twee periodes: vroege socialisatie en late socialisatie. Vroege socialisatie start na de transitie fase rond de leeftijd van 3 weken en duurt tot de pups zo’n 7.5 week oud zijn. Dit kan verschillen per ras. De late socialisatie duurt tot ongeveer 6 maanden. Tijdens de vroege socialisatie zijn pups extreem gevoelig voor prikkels. Tijdens deze fase leren ze sociale en niet-sociale prikkels te koppelen aan positieve en negatieve emoties. Die ervaringen functioneren als het raamwerk voor hun reacties later in het leven. Tijdens de late socialisatie worden deze ervaringen bekrachtigd en worden de prikkels en emotionele lading bevestigd of aangepast.

Simpel gezegd zorgen de ervaringen tijdens de vroege socialisatie ervoor dat een prikkel (andere hond, kind, tandenpoetsen, plastic etc.) een betekenis krijgt en een geschikte reactie. Wanneer ze na de socialisatie bloot worden gesteld aan nieuwe prikkels hangt het af van het karakter van de hond hoe erop gereageerd wordt. Voor een buitenlandse hond zal dat vaker met angst zijn dan een niet-buitenlandse hond.

Samenvattend

  • Hormoonhuishouding moeder
  • Kwaliteit moederzorg
  • Aanraking tijdens de neonatale en transitie fase
  • Ervaringen tijdens de socialisatie

Hebben allemaal invloed op het uiteindelijke gedrag van een volwassen hond. Gedrag ligt dus niet vast bij de geboorte maar is flexibel tijdens de vroege ontwikkeling om aanpassing aan de leefomgeving mogelijk te maken.

Vind je dit een leuk artikel?

Share on facebook
Deel op Facebook
Share on twitter
Deel op Twitter
Share on linkedin
Deel op Linkdin
Share on pinterest
Deel op Pinterest

Laat een reactie achter